Verslag 'Hoe staan we ervoor na de 2008-crisis?' door Myriam vander Stichele (deel 1), Haagse Mug 17 april 2011
(door Rob Bleijerveld)

De economische crisis van 2008 is nog niet over. De vraag is: wat moet er gebeuren op gebied van wet- en regelgeving en toezicht om een nieuwe crisis te voorkomen?

De financiŽle crisis van 2008 is niet over en duurt voort binnen de financiŽle sector en is ook overgeslagen op de publieke sectoren. Men probeert nu - veelal achter gesloten deuren - de gevolgen voor de financiŽle sector te onderdrukken, maar de voorgestelde maatregelen ontberen tot nu toe een strukturele aanpak.

Ik leg eerst uit wat de diepere oorzaken zijn voor de crisis in de financiŽle sector en wat er aan is gedaan. Daarover is veel te weinig discussie. Daarna vertel ik over de algemeen bekende fenomenen, zoals bonussen en 'giftige' financiŽle producten.

Vrije marktdenken

Ten eerste is er de dominatie van het vrije marktdenken, die zou zorgen voor concurrentie en innovatie. De financiŽle sector - banken, hedgefondsen, verzekeringsmaatschappijen en andere financiŽle ondernemingen - kreeg de vrije hand om zichzelf te reguleren op vrijwilige basis. Want de sector zou te complex zijn en alleen begrijpelijk voor experts. Politici en toezichthouders bleven op afstand en bedienden zich van 'argumenten' om dat te rechtvaardigen. Zo werd beweerd dat de innovatie succesvol was, 'want' de burger kan nu zelf zijn financiŽle zaken regelen per computer. Toch is dat vooral in het voordeel van de banken, want het maakt de dienstverlening voor hen veel goedkoper (maar voor de burger niet veiliger). De financiŽle sector zou ook veel banen hebben opgeleverd. Maar die sector zuigt veel geld uit de gewone economie waardoor daar juist banen verloren gaan.

Ineffectief toezicht
Ten tweede is er op Europees of internationaal niveau geen goed inzicht - laat staan effectief toezicht - in wat banken doen, hier en in het buitenland. Belangrijk is de voorwaarde van de vrijheid van kapitaalverkeer. Bestaande wetgeving legt geen of nauwelijks belemmeringen op aan het doorsluizen van kapitaal naar plekken waar het meer rendement oplevert. In handelsverdragen met ontwikkelingslanden wordt vastgelegd dat Europese financiŽle dienstverleners daar ook op die basis actief mogen zijn.
De Nederlandse Bank, de nationale toezichthouder in Nederland, heeft geen overzicht van wat Nederlandse banken doen in het buitenland.
Dat gebrek aan toezicht is mede-oorzaak voor het ontstaan van de financiŽle crisis van 2007/2008. Het bemoeilijkte tevens het ingrijpen door overheden.

Bescherming van nationale ondernemingen

Verder willen de Europese lidstaten voorkomen dat de concurrentiepositie van hun 'eigen' financiŽle ondernemingen binnen Europa wordt verzwakt. Streng nationaal overheidsbeleid zou in die visie kunnen leiden tot het vertrek van (de hoofdkwartieren van) grote bedrijven uit eigen land. De lidstaten willen daarom nu komen tot afspraken over regelgeving op Europees niveau. Een nieuwe Europese toezichthoudende instelling is opgezet om op te treden indien nationale toezichthouders het onderling niet eens kunnen worden. Maar deze heeft onvoldoende mandaat en - vooral - onvoldoende middelen om dat effectef te doen. Ook nieuw is een Europese organisatie die onderzoek doet naar de economische gevolgen van het gedrag van banken. Die instelling heeft echter alleen een signalerende funktie en kan geen verbod uitvaardigen. In de praktijk zal men er nauwelijks gebruik van maken omdat men vůůr alles wil voorkomen dat er door het signaleren paniek op de beurzen ontstaat...
Al deze maatregelen zijn dus te zwak om een nieuw crisis te voorkomen.

Verdrag van Lissabon
Het vrije marktdenken wordt in Europa versterkt door het pas aangenomen Verdrag van Lissabon (ofwel de nieuwe Europese 'grondwet'). Het argument dat daardoor de werking van de vrije markt is verbeterd, klopt niet. De zelfregulering door financiŽle bedrijven, die ooit is toegestaan, blijkt namelijk onmogelijk terug te draaien. Alleen op onderdelen is Europese wetgeving mogelijk. Het banenverlies in Europese lidstaten als gevolg van de problemen door de financiŽle sector gaat gewoon door en politici blijven handelsverdragen goedkeuren die ervoor zorgen dat de ongereguleerde banken en verzekeringsmaatschappijen hun gang kunnen gaan in ontwikkelingslanden met alle gevolgen van dien.


Het Verdrag van Lissabon verbiedt de Europese lidstaten om kapitaalcontroles uit te voeren (lees: beperkingen op 'vrij' kapitaalverkeer in te stellen), behalve in heel uitzonderlijke omstandigheden en met heel uitzonderlijke procedures. Dat geldt bijvoorbeeld voor 'flitskapitaal' en voor het opleggen van financial transaction tax (vgl. Tobin-taks).

Beursgenoteerd
Een andere oorzaak van de financiŽle crisis - en een waarover men weinig spreekt - is dat banken op de beurs genoteerd staan. De bankdirecties moeten er voor zorgen dat de waarde van de aandelen zo hoog mogelijk is zodat er nieuw kapitaal kan worden aangetrokken. Dat betekent zo veel mogelijk winst maken en zorgen dat je niet wordt overgenomen door een andere bank. Er is internationaal gezien een enorm sterke concurrentie tussen banken en op allerlei manieren is geprobeerd om meer winst te maken dan de anderen. Daardoor zijn er te grote risiko's genomen, ondermeer gestimuleerd door het uitkeren van hoge bonussen aan medewerkers.

Speculatieve fondsen
Naast de banken en verzekeringsmaatschappijen zijn er andere grote financiŽle actoren die speculatief bezig zijn, zoals hedgefondsen en private equity fondsen. Hedgefondsen zijn fondsen waar alleen heel rijke mensen geld in kunnen stoppen. Ze lenen bij banken tot 10 keer het ingelegde kapitaal en gaan met dat bedrag speculeren om zoveel mogelijk winst te maken. Zij maken veelal gebruik van nieuwe, zeer risikovolle en speculatieve financiŽle 'producten'. Van de winst worden de lening terugbetaald en succesvolle hedgefondsen houden daarna nog veel geld over voor hun leden.

Ook de private equity fondsen proberen met geleend geld op korte termijn zoveel mogelijk winst te behalen. Dat doen ze door aandelen van bedrijven op te kopen met de bedoeling het bedrijfsbeleid te bepalen. Daarna proberen ze die bedrijven op korte termijn op te splitsen en de winstgevende delen te verkopen. Dat leidt vaak tot ontslagen van werknemers. De beoogde redementen van biede typen fondsen zijn rond de 20%.

Mede door het succes van dit soort fondsen ging de rest van financiŽle dienstensector op zoek naar (andere) manieren om met kapitaalinzet zulke winsten te behalen, eventueel via kapitaalinvesteringen in de economische sectoren. Experts ontwierpen steeds weer nieuwe 'producten'...

Hervormingsmaatregelen
In de UK werden vele publieke diensten geprivatiseerd waardoor de dienstverlening duurder werd. De burgers moesten (voor hypotheek, cursus of consumptiegoederen, etc.) meer lenen bij banken die daaraan op hun beurt veel verdienden. Uiteindelijk zijn de banken door de grote sommen uitgeleend geld tijdens de crisis in grote problemen gekomen. Als maatregel om herhaling te voorkomen, is in de UK (en ook in de EU) voorgesteld om banken te verplichten de helft van de bonussen pas op de lange termijn te laten uitbetalen. De maatregelen zijn overigens nog niet ingevoerd.

Een andere voorgestelde maatregel is gericht tegen hedgefondsen. Dezen zijn vaak gevestigd in belastingparadijzen. Over hun werkwijze is weinig bekend, laat staan dat hun funktioneren door overheden wordt gereguleerd. De maatregel houdt in dat de directeur zich moet registreren en de fondsen moeten ook aan een paar andere voorwaarden voldoen. Zo moeten ze kleine reserves aanhouden voor als het mis gaat. Toch zijn die reserves veel te gering in vergelijking met de bedragen die in omloop zijn, het zorgt nauwelijks voor meer transparantie of veiligheidsgarantie. De hedgefondsen kunnen dus op de oude voet doorgaan, zij het iets omzichtiger en met misschien ietsje minder winst, maar de drang naar meer winst blijft onaangetast.

De banken op hun beurt worden verplicht tot het aanleggen van iets grotere buffers dna tot nu toe het geval was. Dat geld voor die buffers komt meestal weer van de beurs, soms uit reserveringen van delen uit de winst. Dat betekent dat de banken nu doorgaan met het elkaar beconcurreren om aantrekkelijk genoeg te zijn voor investeerders om aandelen te kopen zodat er geld is voor hun buffers. Dat doen de banken door nog meer winst te maken. Niet bepaald een situatie waarin wordt gestreefd naar minder risiko (zoals was bedoeld met de buffer-maatregel). Een vicieuze circel.

Politiek probleem
Om verschillende redenen is er niet zo zeer sprake van een technisch (financiŽle) kwestie, maar vooral een politiek probleem.

Voor de crisis lieten - op voorspraak van de sterke sectorlobby - de politici de regulering van de sector over aan de spelers op de financiŽle markt en wisten ze ook niet wat zich daar precies afspeelde. Ze zorgden ervoor dat de regels voor 'hun' financiŽle sector niet te streng waren en schaften zelfs bepaalde regels af. Dat alles om de kosten van 'hun' sector zoveel mogelijk te drukken zodat de bedrijven met hoofdzetel in hun land konden blijven concurreren met die van andere landen en niet het risiko liepen opgegeten te worden door buitenlandse investeerders. Regelgeving werd dus gelijkgesteld met 'kosten'. Dat mag dan gelden voor de bedrijven in kwestie, maar zeker niet voor de maatschappij. Die kon na de crisis juist voor de schade opdraaien.

Vraag uit de zaal: zijn politici dan zo naÔef dat ze zich zo laten misleiden? Ja, naÔef Úf juist het spel meespelend. Het was heel erg! Ik verdenk toezichthouder Wellink er van dat hij grote Nederlandse banken heeft willen creeeren (ABN-AMRO, ING). Hij was voorzitter van het Bazelse Comittee van Bankentoezicht en zo'n status krijg je alleen als je grote banken hebt in je land.

Complexiteit
Het andere grote politieke probleem - zoals al aangeduid - is de enorme invloed van de financiŽle sector op de politiek. Ze hebben het geld om een uitgebreid lobby-apparaat in stand te houden. De werking van de financiŽle sector werd steeds complexer waardoor het toezicht houden en controleren steeds moeilijker en duurder werd. Een reden om dat dan maar niet meer te doen. Een punt dat hierbij meespeelde was de belastingopbrengst uit die sector, iets dat men koesterde (maar dat grotendeels wegviel na het inzetten van de crisis).

Problemen voor de maatschappij
Ondanks dat we nu als maatschappij moeten gaan betalen voor de schade door gebrek aan toezicht en afdoende wet- en regelgeving, blijkt de slecht funktionerende wetgeving nog steeds te bestaan zonder dat we weten hoe een en ander precies werkt binnen de sector. Het proces van aangekondigde Europese hervormingen gaat enorm traag! Nog steeds kijken de lidstaten naar hun vermeende 'eigenbelang' - ondanks het feit dat banken juist internationaal opereren en niet nationaal. Daarbij wordt vaak zelfs het belang van de economische sector, dat van het midden- en kleinbedrijf verwaarloosd, laat staan dat men zich - gezamelijk - inzet voor het aanpakken van de problemen om te zorgen voor stabiliteit in het publiekelijke belang.


Pensioenfondsen en Nederland belastingparadijs
Er is ook nog het probleem van de enorm grote hoeveelheden 'flitskapitaal' dat voortdurend over de wereld zwerft. Een deel hiervan is afkomstig van de Nederlandse pensioenfondsen, zo'n 600 miljard euro. Door de privatisering van de pensioenen moet er enorm veel (meer) winst gemaakt worden door de fondsen. Meer dan het niveau van de economische groei. Om dat te bereiken wordt met dat geld in grote mate gespeculeerd, ondermeer via hedgefondsen. De pensioenfondsen lobbyen zelfs tegen bepaalde hervormingsmaatregelen, ondermeer tegen maatregelen bedoeld om de bewegingsruimte van hedgefondsen in te perken.

De pensioenfondsen besteden het beleggen nu uit aan kantoren in allerlei landen of hebben daar zelf kantoren om te zien waar ze het beste in kunnen beleggen. De Nederlandse politiek bevordert speculatie en belastingontwijking. Men wil van ons land een 'pensioenland' maken, een land van waaruit onze pensioengelden worden beheerd. Er zou hier meer kennis moeten komen voor managers om te weten hoe met het beste dat geld kan beheren en hoe ze de meeste winst kunnen behalen. Men wil proberen zoveel mogelijk geld hierheen te krijgen, ondermeer door hedgefondsen hier naar toe te halen. En Nederland is al eigenlijk een soort belastingparadijs... Verder stelt Nederland maatregelen voor tegen de invoering van een financiŽle transactiebelasting (omdat het dan duurder wordt om geld hierheen te brengen...). En onze politici proberen te voorkomen dat de pensioenfondsen gaan vallen onder nieuwe wetgeving gericht op het hervormen van de derivatenhandel. Ze willen hen ontheffen van de plicht om te registeren wat ze doen met betrekking tot de derivatenhandel. Zo blijft onbekend welke risiko's de pensioenfondsen nemen.

Ontwikkelingslanden
De vrijheid van beweging van kapitaal is - zoals eerder gezegd - een grondoorzaak van de crisis. Veel van het flitskapitaal gaat nu vanuit rijke landen met weinig winstmogelijkheden naar 'opkomenden economieŽn' als BraziliŽ, Zuid-Afrika, IndonesiŽ, Thailand en Zuid-Korea. De problemen in die landen nemen daardoor toe. Hun economieŽn zijn anders gestruktureerd en de werking van de flits-investeringen versterkt de aanwezige onevenwichtigheden (begrotingsproblemen, betalingsbalansproblemen). Veel 'opkomende landen' hebben een positief betalingsoverschot.

Dit leidt tot allerlei discussies tussen landen. Bijvoorbeeld over de (lage) waarde van de Chinese munt en internationale handelsbetrekkingen. China vindt de eigen economische ontwikkeling heel belangrijk en is in veel mindere mate bereid internationaal samen te werken (lees: toe te geven aan de eisen van rijke landen). Een dergelijk standpunt nemen ook Brazilie, India en andere grotere ontwikkelingslanden in. In feite is dit een afspiegeling van de veranderde relaties tussen de G7-landen en de overige G20-landen, ingegeven door de crisis. Het waren tot nu toe steeds de VS en de EU (grofweg de G7) die zo'n houding aannamen. Zij namen besluiten over de wereldeconomie, ongeacht de gevolgen voor ontwikkelingslanden. Nu zijn de verhoudingen dus veranderd.

De Euro
Over de creatie van de euro valt veel te zeggen, onder andere dat het in het belang is van de banken om niet meer te worden geconfronteerd met valutaproblemen zoals plotselinge waardeverinderingen. Er is bij het opzetten van de eurozone echter geen rekening gehouden met de onderlinge (economische) verschillen tussen de deelnemende lidstaten. Volgens de Europese wetgeving worden alle lidstaten gelijkelijk behandeld. Maar grotere landen (groter bruto nationaal inkomen) kunnen gemakkelijker een grote nationale bank overeind houden die dreigt om te vallen dan kleinere landen.

Was de bail-out nodig?
Vraag: Was het echt nodig om met veel belastinggeld te voorkomen dat de grote banken omvielen (bail-out) of is het omdat er steeds door banken en invloedrijke mensen werd ge-echood "Er is een economische crisis, er is een economische crisis"? Wat gebeurt er als een bank failliet gaat? Hoe raakt dat een land? Natuurlijk staat de (Nederlandse) staat voor elke rekeninghouder voor maximaal 100.000 euro garant, maar gaat het uiteindelijk om zoveel geld dat de banken daartoe gered moeten worden?

Myriam: Het eerste probleem is dat de banken te groot waren geworden, het werden zogenaamde systeembanken. Omvallen heeft enorm grote gevolgen voor de economie omdat banken essentieel zijn in een financieel systeem. Het tweede probleem is dat ze heel erg verweven waren met de financiŽle markten en diep in de derivatenhandel zaten (complexe financiŽle producten). Ook de Rabobank had veel 'giftige producten' in bezit en werd daarvoor door de VS gecompenseerd (bail-out vergoeding van 5 miljard dollar) anders had die bank een heel groot probleem gehad.

De banken zaten diep in de derivatenmarkt en kregen een probleem toen de inleners (hedgefondsen, private equity fondsen, etc) niet meer konden aflossen omdat de markt in elkaar stortte. Verder waren de systeembanken nauw met elkaar verbonden: dagelijks werden er grote sommen geld onderling uitgeleend. Dat duurde tot aan de crisis en stopte toen omdat de banken niet van elkaar wisten wie met grote voorraden giftige producten opgescheept zat. Inmiddels is er wetgeving aangenomen die de omvang van kapitaalleningen tussen banken onderling aan banden legt en korte termijnleningen verbiedt.

Een derde probleem was het grote tekort aan echt geld (liquiditeit). Met de zogenaamde 'credit-crunch' van 2007 is de crisis begonnen. Er was al snel een groot liqiditeitsprobleem. Er waren zelfs banken die onvoldoende geld hadden om in de pinautomaten te stoppen. De banken konden op dat moment de gewone economie niet meer 'voeden' met leningen en kredieten. Daarvan ondervonden tal van andere bedrijven problemen. Zij kregen geen of minder leningen meer los van de banken of bestaande kredieten werden niet meer verlengd. Een deel van die bedrijven zijn daardoor failliet gegaan. Al deze oorzaken dwongen staten ertoe om in te grijpen.

Ontwikkelingslanden kwamen ook in de problemen omdat ze geen handelskredieten meer kregen zodat ze hun producten niet meer konden exporteren. Zelfs de directeur van de Wereldhandelsorganisatie sloeg alarm wegens het dreigende stilvallen van de internationale handel.

Toen dat liquiditeitsprobleem weer was opgelost, maakten investeringsbanken als Goldman Sachs en Morgan Stanley weer enorme winsten via de derivatenhandel en andere speculatieve mechanismen. Men had de mogelijkheid gehad om de speculatieve banken kapot te laten gaan (in tegenstelling tot spaarbanken). Maar de eurocommissaris die daarover ging, McGriffin, weigerde daartoe een wetsvoorstel in te dienen en heeft zelfs voorstellen van het europarlement in die richting tegengehouden. Hij wilde de vrije markt zijn gang laten gaan (...), hetgeen ondermeer heeft geleid tot faillisementen van bedrijven. Sarkozy en andere EU-leiders grepen toen in om het financiŽle systeem te redden.

Welke funktie moeten banken hebben?
Korte publieksdiscussie over de vraag of banken nu wel of niet moeten worden gered en of het geld van de bail-out niet beter op een andere manier gebruikt had moeten worden (of zelfs niet had moeten worden vrijgemaakt).

Myriam: Je kunt je inderdaad achteraf afvragen of het wel zo'n goed idee was om die banken te redden. Want hun business-model is niet veranderd. Nog steeds keren ze bonussen uit aan succesvolle medewerkers. En ze proberen nog steeds zoveel mogelijk winst te maken. In het geval van de ING is dat 3 miljard winst bij een nog niet terugbetaalde schuld aan de staat van 5 miljard. Dus terwijl de overheid veel lasten over heeft genomen en bezuinigt, terwijl de banken minder leningen verstrekken aan bedrijven en de economie daardoor schade leidt, maken ze wel gewoon winst op basis van een staatslening. Het komt er op neer dat de burger betaalt voor wat de banken mis gedaan hebben. En daar is heel weinig protest tegen!

De financiŽle sector haalt geld uit de economie in plaats van dat de financiŽle sector wordt ingekrompen en ten dienste wordt gesteld aan die economie. Het is allemaal niet zo ingewikkeld als de lobbyisten de politici willen doen geloven, maar het is vooral een politiek probleem waar de Europese commissie niet aan gaat staan. Enkele toezichthouders in de UK geven - terecht - aan dat veel van de financiŽle producten sociaal gezien niet nuttig zijn ("social useless"). In Nederland wordt daarover echter geen enkele discussie gevoerd, hooguit binnen vakbonden. De vraag moet zijn: wie haalt hier winst uit en wat gebeurt daarmee? En: waar dienen banken eigenlijk voor en moet er niet een maximum grootte worden vastgesteld?

Opkomen voor belangen en informeren
Het argument van de ingewikkeldheid van de sector was een goed beschermmiddel voor de financiŽle elite om de maatschappij te beroven en om te voorkomen dat daartegen wordt geprotesteerd... Dat wordt in feite zelfs wettelijk ondersteund.

De hervormingen gaan traag omdat elke lidstaat zijn eigen belangen zit te verdedigen. De burgers betalen de schade maar weten niet goed hoe te protesteren. De vakbonden vinden het heel moeilijk om in de EU-discussie in te breken. Ze weten niet goed waar hun eigen belang zit in de wetsvoorstellen waarover Europa beslist. En de pers schrijft bar weinig over wat er nu bediscussieerd wordt in de EU, terwijl dat wel erg belangrijk is. Voorbeeld: er wordt nu in het EU Parlement gediscussieerd over onderhandse derivatenhandel ('over te counter'), handel die niet via de beurs gaat.

De drive tot hervorming van de financiŽle sector is zijn stoom een beetje kwijt geraakt, zoals de stagenerende discussies binnen de G20 laten zien (de G20 die trouwens ook weinig macht heeft om het e.e.a. door te voeren). Dus de vraag is: wanneer komt er de volgende crisis?

Subprime leningen
Als oorzaak van de crisis worden meestal de complexe producten en goedkope leningen (sub-prime) aangehaald die op een slinkse manier werden verpakt en doorverkocht door Amerikaanse investeringsbanken. Die banken haalden het vervolgens van hun balans af en verkochten ze door aan andere banken en investeerders (Rabo, ING, pensioenfondsen). Het is ongeloofwaardig dat die Nederlandse banken volhouden dat ze niet wisten wat ze kochten. Hoe goed ben je dan in bankieren?

Ratingburo's
Een andere oorzaak is de grote afhankelijkheid van het financiŽle systeem van ratingburo's (Fitch, Standard&Poor's, Moody's). Dat zijn private, beursgenoteerde ondernemingen die alom worden vertrouwd (NB beurzen zijn ook private ondernemingen). Ze moeten winst maken en maken daartoe gebruik van allerlei truuks om zoveel mogelijk klanten te verwerven. Veel banken en investeerders zijn afhankelijk van die ratings.

Opmerking uit de zaal: het probleem is hoe bepaal je de waarde van iets? De waarde van een huis weet je pas zodra het wordt verkocht. Door de ingewikkelde financiŽle constructies was het bijna onmogelijk om de prijs te bepalen van onroerend goed. Vaak wordt een prijs bepaald door wat iedereen denkt en verwacht zonder dat het daadwerkelijk is getest via verkoop. De rating buro's deden zaken met bankiers die nieuwe financiŽle producten aanboden. In ruil voor geld bepaalden ze een prijs voor de producten. Maar omdat het allemaal zo ingewikkeld was konden ze vaak slechts algemene inschattingen doen.

Myriam: er is door de rating buro's en hun klanten niet ingeschat of die subprime leningen wel konden worden terugbetaald als het economisch slecht gaat. Zo zijn aan Griekenland veel te veel leningen gegeven aan een overheid die in feite niet deugde.

Verder is er sprake van een belangen-conflict bij de rating buro's omdat ze de waarde van bankenbezit te hoog hebben ingeschat als vorm van klantenbinding en om meer te verdienen. Tijdens de Aziatische crisis (van 1997 en verder) hadden ze ook al verkeerde inschattingen gemaakt.

De ratingburo's zijn niet gereguleerd (niet onderheving aan wet- en regelkgeving). Ze voldoen niet aan de principes van de vrije markt (mogelijke kartelafspraken) en zijn gericht op het zoveel mogelijk winst maken. In een van de internationale verdragen over bankentoezicht (van de BIS, Bank for International Settlements) staat nota bene dat banken rating agencies moeten gebruiken. Als reactie op de crisis heeft men een paar dingen veranderd. De rating buro's moeten nu geregisteerd zijn en moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen. De Europese Commissie komt nu eindelijk met nieuwe voorstellen (die nog naar het Europese Parlement moeten worden gestuurd), maar er wordt niets gedaan aan de concentraties (de gezamelijke marktmacht) van die buro's. Toch zijn de EU-lidstaten afhankelijk van de inschattingen van die rating buro's. Hoe kan het dat Griekenland ineens tot junk-status wordt gedegradeerd. Hoe staat het met de eerdere ratings van dat land? De lidstaten willen nu dat de EU zelf een rating buro gaat opzetten. Zelfs de toezichthouders hebben te weining middelen om ratings uit te voeren.

Duurzaamheid
Een ander probleem met die rating buro's is dat ze niet kijken naar de duurzaamheid van de financiŽle en economische sectoren van een land. De financiŽle sector zou in dienst moeten staan van de economie, van de samenleving en van de (transformatie naar) duurzaamheid. (Duurzaamheid gaat over betere sociale omstandigheden, tegen klimaatverandering, tegen milieuvernietiging, en voor een stabiel systeem voor langere tijd).

Daartoe moeten al die rating buro's, banken en investeerders weten wat duurzaam is en wat niet, en moeten ook de capaciteit daarvoor hebben. Bij het politieke proces van de financiŽle en economische hervormingen wordt hierover niet gesproken...

Trage hervormingsprocessen
Eind 2010 - ruim 3 jaar na het begin van de crisis - is er internationaal overeengekomen dat banken meer reserves moeten aanleggen voor crisis-situaties. Toch wordt een Europees wetsvoorstel pas tegen het eind van de zomer verwacht. Daarna moet het nog door het Europees Parlement en Ministerraad worden goedgekeurd, waarna het in de lidstaten moeten worden neergelegd in wetgeving. Met de uitvoering kan (in theorie) pas in 2019 worden begonnen!

Het bankenmodel zou juist moeten worden aangepast: minder oppotten in de financiŽle sector en meer uitlenen aan bedrijven die actief zijn in de gewone economie.

Voor de meest besproken fenomenen van de crisis (hedgefondsen, bonussen, rating buro's) zijn beperkte hervormingen op komst, maar na de Europese goedkeuring wacht nog de nationale wetsaanpassing en de uitvoering... In feite is men niet echt bereid om doortastend in te grijpen in de financiŽle sector dus er blijven nog veel risiko's. Economisch voelt men wel de gevolgen van de crisis, maar men durft niet de financiŽle sector op te leggen dat ze moet meebetalen, bijvoorbeeld via de financial transaction tax. Ondertussen is veel van het bail-out geld dat de banken overeind hield, afgevloeid naar de opkomende economieŽn. Men probeert krampachtig om de Europese financiŽle sector niet verder onderuit te halen. Vandaar dat Griekenland, Ierland en Portugal gered moeten worden want het zijn vooral banken uit andere EU-lidstaten (Duitsland, Frankrijk) die de obligaties opkochten. En die banken hebben ook nog veel giftige producten in hun bezit (daarover wordt niet gesproken...) En er is nog enorm veel flitskapitaal voorradig.

Les nog niet geleerd
De politiek draagt nu in feite de last van de financiŽle sector en van een financiŽle crisis die een economische crisis is geworden. Al met al heeft men de les van de crisis nog niet geleerd. De hervormingen zijn aan het verslappen. Er is te weinig kennis onder parlementsleden. De Nederlandse regering heeft zelfs bepaald dat een beslissing over Basel III wordt uitgesteld ondanks aanbevelingen van de commissie De Wit en een internationaal akkoord (Basel Comite) over het nationaal uitvoeren. Het parlement verzuimt te praten over wet- en regelgeving dat moet voorkomen dat speculanten niet meer tegen de euro tekeer kunnen gaan? De speculanten zijn nog altijd niet gereguleerd. De derivatenhandel is nog altijd niet gereguleerd; dat gebeurt nu in de komende maanden.

Wat kunnen wij doen?
SOMO kijkt naar de hervormingen van de banken, naar de vraag hoe duurzaamheidsaspecten in die sector in te brengen en ook naar speculatie in de grondstoffen- en voedselmarkten. Verder doet SOMO onderzoek naar belastingparadijzen waar de banken ons geld (van de bail-out) hebben ondergebracht en waar al die hedgefondsen zitten. Ook schrijven we over de afhankelijkheid van ontwikkelingslanden van de ratingburo's en de gevolgen daarvan.


Wat valt er te doen? We moeten pleiten tegen het feit dat die zakenbanken veel geld uit de economische sector kunnen blijven halen. De financiŽle sector moet ten dienste staan van de economie en de samenleving, niet andersom. De parlementsleden klagen dat ze weinig druk voelen vanuit de burgerij. Op Europees niveau is er zelfs een club opgericht om tegenwicht te bieden aan de financiŽle lobbymachine. Watchdog Corporate Europe Observatory (http://www.corporateeurope.org/) kwam er onlangs achter dat een aantal EU Parlementsleden bereid waren tegen betaling door financiŽle sector-lobbyisten wetsvoorstellen op tafel te leggen tegen regelgeving. Corruptie dus! Veel wetsvoorstellen in de EU zijn letterlijk overgenomen uit brieven van lobbyisten!

De hele duurzaamheidsafdeling van de ABN-AMRO is inmiddels door Zalm opgedoekt. Dus men heeft ook de gelegenheid laten liggen om deze staatsbank model te laten staan in de duurzaamheidsdiscussie. Wellicht moeten de Nederlandse vakbonden van binnen en buiten de financiŽle sector zich daar gaan roeren. Ze verwijzen meestal meteen naar de Europese koepels, maar dat is niet voldoende.

Vraag uit zaal: zouden banken weer - net zoals in de '30-er jaren van de vorige eeuw - moeten worden gescheiden in spaarbanken en investeringsbanken en moet vervolgens die laatste groep worden verbieden? Myriam: Ja. De voormalige minister Bos toonde zich voorstander van zo'n scheiding, maar die discussie in is middels weggeŽbt. Deze week was er bericht uit de UK waar een commissie diepgravend onderzoek deed naar dit punt en een discussie aanging met banken. De investeringsbanken gebruiken hun naam als gewone banken om daardoor garanties en gemakkelijk krediet te verkrijgen van de centrale banken. Dat geld gebruiken ze vervolgens om risikovolle transacties uit te voeren. De oplossing die in de UK wordt voorgesteld is 're-fencing' dat is niet hetzelfde als geheel scheiden. Ze willen 'schotten' plaatsen. Toch is er veel kritiek, omdat die schotten vaak niet goed werken.


Banken ontduiken en ontwijken op velerlei wijze de belastingen. Volgens de Europese Commissie is de financiŽle sector een van de sectoren die het minst belasting betaalt... (maar ondertussen wel de meeste belastingen opslokt...). Dat komt onder andere doordat er over de financiŽle transacties geen belasting wordt geheven (terwijl dat wel het geval is op andere transacties als de aankoop van goederen en diensten: BTW). Voor de crisis werd steeds gezegd dat de ingewikkeldheid van de transactes een rol speelt: men zou niet weten hoe je er belasting over moet betalen...

Opmerking uit de zaal: Maar alle transacties worden nu electronisch vastgelegd, dus er moet geen probleem zijn om ze nu te belasten. In Duitsland is in het begrotingsplan voor 2013 opgenomen dat er belasting zal worden geheven over financiŽle transacties. Afgelopen week hebben 1000 economen ook op zo'n regeling aangedrongen in een brief aan de G20. Maar de financiŽle ondernemingen zien dit als grote bedreiging omdat electronische registratie automatisch leidt tot openbaarmaking van de ingewikkeld gemaakte transacties en inzicht biedt in wie hoeveel waaraan verdient. En daarmee is het model voor deze windhandel weg. Nu is die handel afhankelijk van experts die steeds weer nieuwe producten ontiwkkelen waaraan veel geld is te verdienen.

Myriam: Een van de dingen die voor burgers het meest behapbaar zijn om campagne op te voeren, is de kwestie van de financiŽle transactiebelasting. Daarbij wordt slechts een heel klein percentage (0,05%) betaald over elke transactie. Samen levert dat jaarlijks een flink bedrag op dat op een goede mnanier kan worden ingezet. Een andere inzet kan zijn: hogere belastingen bij hogere speculatieve inzet.

De meeste transacties vinden plaats in de VS, UK en Duitsland. Internationaal is er wel enige tegenstand, ook van de kant van ontwikkelingslanden die zeggen dat hun banken al in de problemen kwamen en dat ze nu weer moeten gaan betalen. Toch is er heel veel druk om het tenminste op Europees niveau te gaan oppakken. Zelfs bij een afname van handel in derivaten van 70% zal dit voor Nederland nog ruim 3 miljard dollar per jaar opleveren! Toch liggen de Nederlandse poltici nog altijd dwars!

De vraag is: hoe kun je een politiek signaal afgeven? Belangrijk is om aan te geven dat veel politici zijn belobbyed. Ook belangrijk is om op allerlei manieren en momenten het publieke debat in te gaan, voor transaction tax, voor regulering van de derivatenhandel en tegen de investeringsbanken.


Vraag uit de zaal: de commissie de Wit, heeft die tanden? Myriam: ze moet nog met voorstellen komen, maar nu is al duidelijk dat ze zich te weinig profileert in cruciale debatten en dat ze te weinig weet van wat er op Europees niveau gebeurt... Wel hebben de leden veel gediscussieerd over de euro en het steunfonds. Nederland profiteert als exporteur enorm van de euro en op een gegeven moment moet daar toch wel een prijs voor worden betaald.
EIND